Sommige dingen weten we.
Andere dingen denken we te weten.
Dat verschil klinkt vrij eenvoudig. Toch kan het onderweg behoorlijk vervagen.
Iemand doet een aanname. Die klinkt logisch en wordt gebruikt in een gesprek of bij een plan. Een ander neemt hem over. Een week later staat dezelfde aanname in een document. Daarna wordt er een beslissing op gebaseerd.
En ergens onderweg verdwijnt het vraagteken.
Wat begon als:
“Waarschijnlijk komt het hierdoor.”
wordt:
“Dit komt hierdoor.”
Zonder dat er noodzakelijk iets is gebeurd waardoor we het inmiddels zeker weten.
Herhaling maakt iets nog niet waar
Het bijzondere is dat daar helemaal geen slechte bedoeling achter hoeft te zitten.
De eerste aanname kan zelfs heel redelijk zijn.
Stel dat de verkoop van een product terugloopt en iemand zegt:
“Waarschijnlijk komt het door de hogere prijs.”
Dat kan.
Vervolgens wordt besproken wat eraan gedaan kan worden. Iemand stelt voor om een aanbieding te maken. Een ander rekent uit hoeveel marge daarvoor beschikbaar is.
Een paar gesprekken later gaat het niet meer over de vraag waarom de verkoop terugloopt.
Dan gaat het over de vraag hoeveel de prijs omlaag moet.
De oorspronkelijke aanname is ondertussen de basis van het plan geworden.
Misschien terecht.
Maar misschien ligt de werkelijke oorzaak ergens anders.
Hoe verder je komt, hoe lastiger teruggaan wordt
Dat vind ik het interessante eraan.
Zolang iets nog een idee of veronderstelling is, kun je er makkelijk een vraagteken bij zetten.
Maar zodra mensen er tijd, geld of werk in hebben gestoken, wordt dat lastiger.
Er is inmiddels een plan.
Misschien is er al iets besteld.
Er zijn afspraken gemaakt.
En dan voelt opnieuw vragen of de oorspronkelijke aanname eigenlijk wel klopt al snel alsof je teruggaat.
Terwijl het tegenovergestelde waar kan zijn.
Soms voorkom je juist veel werk door even terug te gaan naar het punt waar iets van een mogelijkheid veranderde in een zekerheid.
Wie heeft dat eigenlijk vastgesteld?
Een simpele vraag kan dan behoorlijk nuttig zijn:
“Hoe weten we dit eigenlijk?”
Niet:
“Wie heeft dit fout gedaan?”
En ook niet:
“Waarom hebben jullie dit aangenomen?”
Gewoon:
Hoe weten we dit?
Soms is het antwoord heel duidelijk. Er zijn cijfers, metingen, ervaringen of andere feiten die het ondersteunen.
Prima.
Dan kun je verder.
Maar soms blijkt het antwoord uiteindelijk neer te komen op:
“Dat dachten we.”
Ook prima.
Alleen weet je dan weer wat het is:
een aanname.
En kun je besluiten of die sterk genoeg is om verder op te bouwen.
Het vraagteken bewaren
We kunnen niet alles zeker weten voordat we iets doen.
Dat hoeft ook helemaal niet.
Veel keuzes worden gemaakt met onvolledige informatie en aannames horen daarbij.
Het probleem zit wat mij betreft dan ook niet in het maken van aannames.
Het probleem ontstaat wanneer we vergeten dat het aannames zijn.
Misschien moeten we daarom niet proberen alle onzekerheid uit een plan te halen.
Het is soms al genoeg om het vraagteken te laten staan waar het hoort.
Want een aanname waar iedereen van weet dat het een aanname is, kun je onderweg opnieuw bekijken.
Een aanname die ongemerkt een feit is geworden, wordt zelden nog bevraagd.
En juist daar kan een verkeerde richting heel overtuigend beginnen.