Soms lijkt een probleem verdwenen.
De klacht is weg.
De storing is verholpen.
De beslissing is genomen.
Iedereen kan weer verder.
Dus zetten we er een streep onder.
Maar daarmee is nog niet gezegd dat het probleem werkelijk is opgelost.
Een tijdelijke oplossing kan ervoor zorgen dat iets even niet meer zichtbaar is. Dat is soms precies wat nodig is. Maar als de oorzaak blijft bestaan, komt het probleem later gewoon terug.
Het verschil tussen verdwijnen en oplossen
Dat verschil lijkt klein, maar het is belangrijk.
Een probleem kan verdwijnen omdat de oorzaak is weggenomen.
Maar het kan ook verdwijnen omdat we het probleem hebben verplaatst, omzeild of tijdelijk onder controle hebben gekregen.
Denk aan een organisatie waarin een bepaalde fout steeds opnieuw wordt gemaakt.
Er wordt een extra controle ingevoerd.
De fouten nemen af.
Dat lijkt een oplossing.
Maar als de werkwijze die de fouten veroorzaakt niet verandert, is er misschien vooral een extra controlelaag toegevoegd.
Het probleem is dan niet opgelost.
Het wordt alleen eerder opgemerkt.
Wanneer is iets werkelijk opgelost?
Daar is geen eenvoudige checklist voor.
Maar een goede vraag is:
“Wat is er veranderd waardoor dit probleem niet opnieuw zou moeten ontstaan?”
Als het antwoord alleen is dat we beter opletten, sneller reageren of meer controleren, is het de moeite waard om nog even verder te kijken.
Want daarmee kan het gevolg worden aangepakt zonder dat de oorzaak verandert.
Soms is een tijdelijke oplossing precies goed
Een tijdelijke oplossing is overigens niet verkeerd.
Bij een storing wil je eerst dat het systeem weer werkt.
Bij een probleem dat direct schade veroorzaakt, moet je eerst ingrijpen.
Maar daarna begint het echte kijken.
Wat gebeurde er?
Waarom gebeurde het?
En wat moet er veranderen om te voorkomen dat we over een paar weken weer op hetzelfde punt staan?
Dat vraagt soms meer tijd dan de snelle oplossing.
Maar het voorkomt ook dat dezelfde oplossing steeds opnieuw nodig is.
Eerst weten wat je hebt opgelost
Daarom is het goed om niet alleen te vragen:
“Is het probleem opgelost?”
Maar ook:
“Wat hebben we eigenlijk opgelost?”
Het antwoord daarop maakt vaak duidelijk of je werkelijk vooruit bent gegaan.
Of alleen het probleem even niet meer ziet.
Helderheid vóór uitvoering begint soms met het verschil tussen iets oplossen en iets laten verdwijnen.