We hebben 10 à 15 centimeter sneeuw. Geen meter, geen ramp, geen poolstorm. Gewoon sneeuw.
En toch ligt het land plat.
Afval wordt niet opgehaald.
Dingen zijn niet te regelen.
Telefonisch kom je nergens doorheen.
En het antwoord is overal hetzelfde: veiligheid.
Maar laten we eerlijk zijn:
dit heeft weinig met veiligheid te maken en alles met bestuurlijke keuzes.
We hebben het onszelf zo efficiënt gemaakt dat het breekt
Jarenlang is er bezuinigd.
Materieel weg.
Kennis weg.
Buffers weg.
Gemeenten fuseerden, diensten werden “slanker”, winters werden statistiek.
Want: dit soort weer komt toch bijna niet meer voor.
Tot het wél gebeurt.
En dan blijkt ineens:
-
te weinig strooiwagens
-
te weinig zout
-
te weinig mensen
-
te weinig speelruimte
Maar in plaats van verantwoordelijkheid te nemen, gebeurt er iets anders.
De gevolgen schuiven we door
Het afval wordt niet opgehaald.
Na kerst.
Na oud en nieuw.
Met volle containers.
De boodschap aan burgers:
“U kunt het zelf naar de stort brengen. Als die open is.”
Dat is geen gedeelde verantwoordelijkheid.
Dat is afwentelen.
Want:
-
niet iedereen heeft vervoer
-
niet iedereen is mobiel
-
niet iedereen kan wachten
-
en de oorzaak ligt niet bij de burger
Veiligheid wordt het argument, maar gemak voor het systeem is het resultaat.
Regels zonder begrip maken meer kapot dan ze voorkomen
Hetzelfde zien we bij Oud & Nieuw.
In sommige steden is vuurwerk al jaren verboden.
Met handhaving, camera’s en stevige taal.
Resultaat?
Meer spanning.
Meer verzet.
Meer schade.
En dan klinkt het bekende refrein:
“Zie je wel? Nog strengere regels nodig.”
Dat is geen vooruitzien. Dat is achteraf gelijk proberen te halen.
Vergelijk dat met plekken waar geen verbod is, maar wel:
-
sociale norm
-
nabij gezag
-
aanspreken
-
corrigeren
-
herstellen
Daar blijft de schade beperkt.
En wie over de schreef gaat, krijgt een duidelijke correctie -
en daarna is het klaar.
Geen dossiers.
Geen framing.
Geen morele inflatie.
Besturen is gedrag begrijpen, niet wegregelen
We zijn gaan geloven dat elk probleem oplosbaar is met:
-
meer wetgeving
-
meer regels
-
meer controle
Maar samenlevingen functioneren niet op verboden.
Ze functioneren op begrepen grenzen.
Zodra bestuurders:
-
verder van mensen af staan
-
abstract gaan spreken
-
en risico’s juridisch afdekken
ontstaat vervreemding.
En die vervreemding zie je nu overal:
-
in sneeuw
-
in afval
-
in vuurwerk
-
in vertrouwen
Misschien is dit de pijnlijkste conclusie
De mens wordt steeds vaker gezien als storende factor in een systeem dat “moet werken”.
Maar systemen bestaan niet om te werken.
Ze bestaan om mensen te dienen.
En als dat uit het oog wordt verloren, dan kun je nog zoveel regels maken -
dan wordt het niet veiliger, niet rustiger en zeker niet menselijker.
Besturen vraagt moed:
-
om buffers te houden
-
om nabij te zijn
-
om te zeggen: dit verbod werkt averechts
-
om fouten te erkennen
Zonder dat schuiven we alles door.
En dat voelt iedereen.
Niet boos.
Niet schreeuwend.
Maar steeds stiller.